vergelijking

stimuleren van fietsen

Op de staafdiagrammen en boxplots in de 4 applets is het duidelijk dat stimuleren het fietsgedrag beïnvloedt.
  • In de controlegroep (zonder stimulans) is het aantal fietsdagen het meest gespreid. Het aantal dagen zonder of met weinig fietsen is veruit het hoogst van de vier groepen.
  • In de andere drie groepen merk je dat de groep met weinig fietsdagen sterk daalt.
Premie per km: Het contrast tussen weinig en veel weinig fietsdagen is hier het grootst. Loterij: In vergelijking met de groep die een kilometervergoeding kreeg, zijn er meer meer mensen met weinig maar ook meer met een gemiddeld aantal fietsdagen. Loterij + controle: Veel fietsdagen staat niet enkel meer voor 15 fietsdagen. Het aantal fietsdagen stijgt geleidelijk van weinig mensen met weinig fietsdagen tot heel wat mensen met veel fietsdagen.
Image
  • In de boxplots merk je dat bij stimuleren er steeds nog een staart overblijft die weinig fietst, maar dat de middelste helft sterkt verschuift naar rechts. Deze middelste groep wordt ook smaller. M.a.w. een stimulans maakt dat de middelste helft van het aantal personen effectief duidelijk meer fietsdagen laat optekenen.
Image

vergelijkende tabel

Werk je met de categorieën weinig (1-4), gemiddeld (5-10) en veel (11-15) fietsdagen, dan kan je in onderstaande tabel de verschuivingen vergelijkingen voor de drie manieren om het fietsen te belonen.
  • Een kilometervergoeding creëert het grootste verschil tussen weinig en veel fietsdagen.
  • Het aanvullen van een loterij met een controledag heeft duidelijk een effect op het aantal fietsdagen. Men krijgt dan wel evenveel loterijbonnetjes, maar wil duidelijk de prijs niet missen omdat men net op de uitgelote dag niet fietste.
Image