Magok-i-Atari moskee (2)

Het lijnpatroon in het onderste paneel rechts van de ingang bestaat enkel uit overlappende twaalfhoeken.
J. Bonner tekent een onderliggende vlakvulling met vierkanten en zeshoeken uit het viervoudig systeem.
In dit patroon vormen de doorlopende lijnen onderling
- een hoek van 90° waar twee zeshoeken aan elkaar grenzen
- een hoek van 120° waar een zeshoek grenst aan een vierkant.
Merk op:
Gebruik je zowel voor de onderlinge hoek van de snijlijnen zowel bij de zijden van de vierkanten als bij de zijden van de zeshoeken een hoek van 90°, dan creëer je met dezelfde vlakvulling een lijnpatroon van overlappende achthoeken.
Een patroon met overlappende veelhoeken doet natuurlijk meteen denken aan Maragha.
Meer hierover lees je in het hoofdstuk over Carol Bier. Net als je afvragen of een patroon wel of niet gecreëerd werd met passer en liniaal, kan je ook de invalshoek bevragen die elk patroon wil duiden met een onderliggend girih patroon. Zo toont het patroon boven de deur van de Gonbad-e-Sork (eveneens daterend van voor de inval van de Mongolen) een patroon van overlappende zehoeken, twaalfhoeken en negenhoeken.
Is dit passer- en liniaalwerk, een girih patroon of gaat het over het exploreren van de mogelijkheden en eigenschappen van overlappende veelhoeken? En was dit ook het geval in de Gonbad-e-Kabud???
