Google ClassroomGoogle Classroom
GeoGebraTarefa

Logistische groei introductie

Bakkersgist

Bakkersgist, dat aan deeg wordt toegevoegd, bestaat uit levende cellen. Wanneer je een zakje gedroogd gist op-lost in warm water, ‘ontwaken’ de gistcellen uit hun rusttoestand en beginnen ze zich onmiddellijk door deling te vermenigvuldigen. Vlak nadat het gist wordt opgelost, is de toenamesnelheid van het aantal gistcellen evenredig met het aanwezige aantal. Na verloop van tijd zal het aantal gistcellen per cm3 deeg echter minder snel gaan groeien omdat er een verzadigingsniveau wordt benaderd. De gegevens in de tabel hiernaast geven een indruk van dat proces.
Image
Voer de gegevens uit de tabel in Geogebra hieronder en laat de punten tekenen. Gebruik rechtermuisknop "Zoom passend" voor een beter beeld.

Bakkersgist

Hoe zie je aan het plaatje op het scherm dat het exponentiele groeimodel in deze situatie niet van toepassing is?

Het plaatje suggereert het bestaan van een bovengrens, een maximum aantal gistcellen per cm3. Hoe groot schat je deze maximale capaciteit?

In het begin van het groeiproces lijkt het aantal cellen wel exponentieel toe te nemen. Kenmerk van exponentiele groei is dat de groeifactor constant is.

Bereken voor elk van de eerste vijf uren van het groeiproces de groeifactor. Is die min of meer constant? 

Veronderstel dat het aantal gistcellen per tot elk uur toeneemt met een constante groeifactor. Maak een schatting van deze groeifactor  

In de vorige opgave heb je misschien gedacht aan de formule als benaderingsformule. Neem aan dat deze formule ook van toepassing is voor niet-gehele waarden van . Laat hieronder de grafiek van tekenen door middel van het algebra venster met de invoer () en ga na dat deze grafiek 'op het oog' goed past bij de gegevens van de eerste vijf uren. Bij de invoer moet je rekening houden dat Geogebra een punt als decimaalsymbool gebruikt.

Zie hieronder de gevonden punten uit de vorige opdrachten.

Ga na dat voldoet aan Welke waarde vind je voor de evenredigheidsconstante ?

Op de iets langere termijn beschrijft het exponentiële groeimodel van de vorige opgaven het proces niet goed, omdat er in werkelijkheid slechts plaats is voor een beperkt aantal gistcellen per cm3. De maximale capaciteit lijkt ongeveer gelijk te zijn aan 650 gistcellen per cm3. Naarmate het aantal cellen dit verzadigingsniveau nadert, zal de groei afgeremd worden doordat gistcellen zich minder snel delen of eerder sterven. De vraag is nu, hoe dit verschijnsel in het model verwerkt kan worden. Het exponentiële model wordt nu aangepast via een zogenaamde remfactor: De waarde van de remfactor zal afhangen van de waarde van en wel zó dat: • Als , dan , want dan vindt nog nauwelijks remming plaats. • Als , dan , want danis er nauwelijks groei meer. • Naarmate dichter bij het maximum van 650 komt, neemt de groei af. Het simpelste is om aan te nemen dat een (dalende) lineaire functie van is:
Image

Geef een formule die aangeeft hoe onder deze veronderstellingen van afhangt.

Een iets andere manier om tegen de remfactor aan te kijken is de volgende. De groei van is niet alleen evenredig met zelf, maar ook met het relatieve aantal nog beschikbare plaatsen, dat wil zeggen: het aantal nog beschikbare, vrije plaatsen per cm3 gedeeld door de maximale capaciteit. Ga na dat dit tot dezelfde formule voor remfactor leidt.

De volgende differentiaalvergelijking is nu ontstaan: Hierbij is 0,41 de evenredigheidsconstante die het proces zou kenmerken als de groei ongeremd zou zijn. De factor stelt het relatieve aantal beschikbare plaatsen voor en zorgt voor de remming. Uitgangspunt hierbij is dat de maximale capaciteit gelijk is aan 650 gistcellen per cm3.

De bezettingsgraad is dus het relatieve aantal gistcellen. Toon aan dat geldt:

Veronderstel dat een andere gistsoort een maximale dichtheid heeft van 900 cellen per cm3, en dat de aanvankelijke groeifactor per uur gelijk is aan 2.

Stel een differentiaalvergelijking op voor deze gistsoort.

Voor welke aantal cellen geldt dat de groei maximaal is?

Bereken de groeisnelheid voor het fictieve geval dat er er 1000 cellen per cm3 aanwezig zouden zijn. Wat betekent dat voor de situatie?

In het algemeen luidt de differentiaalvergelijking die nu is opgesteld: Hierin stelt de groeifactor bij ‘ongeremde’ groei voor. De factor  is de remfactor en staat voor de waarde van het verzadigingsniveau, de maximale capaciteit van het systeem. Men noemt dit een logistisch groeimodel