Google ClassroomGoogle Classroom
GeoGebraGeoGebra Classroom

Procenten: oefenen

Image

Procenten en breuken

10% van de leerlingen heeft meerdere tekorten en één vierde heeft minstens één tekort. Hoeveel is dat samen? In procent.

Zaznacz odpowiedź tutaj
  • A
  • B
  • C
Sprawdź moją odpowiedź (3)

Procenten en breuken

Een vijfde van de leerkrachten komt naar school met het openbaar vervoer. 20% komt met de fiets. En 10% komt te voet. Al de andere komen met de wagen naar school. Hoeveel procent van de leerkrachten komt met de wagen naar school?

Zaznacz odpowiedź tutaj
  • A
  • B
  • C
Sprawdź moją odpowiedź (3)

Procenten en breuken

Tijdens de solden gaat er in die winkel een vierde van de prijs af! Hoeveel % korting heb je dan?

Zaznacz odpowiedź tutaj
  • A
  • B
  • C
Sprawdź moją odpowiedź (3)

Procenten: meer en minder.

Tijdens de solden gaat er in die winkel een vierde van de prijs af! Hoeveel moet je nu nog betalen van de originele prijs?

Zaznacz odpowiedź tutaj
  • A
  • B
  • C
Sprawdź moją odpowiedź (3)

Procenten: meer en minder.

Tijdens de solden gaat er in die winkel 30% van de prijs af. Die rugzak kostte voor de solden 60 euro. Hoeveel kost ie nu?

Zaznacz odpowiedź tutaj
  • A
  • B
  • C
Sprawdź moją odpowiedź (3)

Procenten: meer en minder

Door de energiecrisis zijn de prijzen in de supermarkt met 10% toegenomen. Een zak muesli kostte 3 euro. Hoeveel kost die nu?

Zaznacz odpowiedź tutaj
  • A
  • B
  • C
Sprawdź moją odpowiedź (3)

Procenten: meer en minder

Ik had vorig jaar 30% voor wiskunde. Ik deed het dit jaar 10% beter. Mijn resultaat is met 10% toegenomen, dus. Goed, hé? Hoeveel procent heb ik nu?

Zaznacz odpowiedź tutaj
  • A
  • B
  • C
Sprawdź moją odpowiedź (3)

Procenten: meer en minder

Door de wegenwerken moet ik omrijden. De rit duurt 30% langer. Ik deed er 45 minuten over. Hoe lang doe ik er nu over?

Zaznacz odpowiedź tutaj
  • A
  • B
  • C
Sprawdź moją odpowiedź (3)