het Duitse idealisme
over man en vrouw
Zeising vertrekt van een ideaal lichaam van een man.
"Man en vrouw zijn afsplitsingen van de oorspronkelijke mens en elk van beide geslachten heeft zich a.h.w. gespecialiseerd. De man realiseert de ideale gestalte in het bovenlichaam, de vrouw in het onderlichaam". De man belichaamt hierbij het principe van eenheid (op de romp staat één hoofd) en de vrouw de tweeheid (romp splitst in twee benen)".
Zonder moeite vertaalt hij uitgebreid dat verschil naar de psychologie van vrouw en man.
Het Duitse Idealisme bekeek de seksen als tegengestelde polen. Ze hadden oorspronkelijk een eenheid als ‘mens als zodanig’. Hun gespletenheid wordt zowel tegen het verleden als de toekomst afgezet als motor van een dialectiek naar een hoger niveau van eenheid.
Bij de typering van man en vrouw verwijst Zeising naar Friedrich Theodor Vischer. Volgens hem is het mannelijk lichaam bestemd “zu Zeugen” (te getuigen), het vrouwelijke “zu Säugen” (te zogen).
Volgens Kant (1724 – 1804) hadden vrouwen wel degelijk verstand, maar geen ‘beginselvermogen’ en dus ook niet de wilsvrijheid die mannen hebben om uit plichtsvervulling moreel te handelen.
Hegel (1770 - 1831) beschouwde het gezin als de ethische eenheid waarin de man de rede belichaamde en de vrouw de particuliere natuur.
over de ontwikkeling van aap tot mens
Zeising sluit zich ook aan bij de Nederlandse arts Petrus Camper (1722-1789), die schedels vergelijkt van 'staartaap, orang oetan, n... , Kalmuk (mongool) en Europeaan' met de gehooringang als referentielijn. Volgens Camper evolueert de verhouding tussen bovenste en onderste deel van schedels van 1 : 1 tot 18 : 11.
Zonder zich af te vragen waarom nu de gehoorlijn als criterium zou moeten gelden i.p.v. zijn eigen verdeling, constateert Zeising "dat de natuur in zijn correcties uiteindelijk terechtkwam bij de Europeaan en 18 : 11, wat nauwelijks afwijkt van GS."
PS: de verhouding 18 : 11 = 1.636, maar dat kan Zeising niet deren.

over de werkelijkheid
Georg Wilhelm Friedrich Hegel (1770-1831) is een 'idealist': De werkelijkheid is geen 'realiteit' maar 'actualiteit' en wordt volledig gestructureerd door onze waarneming en verstand. Hegel spreekt van een dynamische ‘wereldgeest’, die in samenhang met de werkelijkheid een ontwikkeling doormaakt van toenemende vervolmaking volgens noodzakelijke dialectische stadia."
Zeising vult Hegels idee van vervolmaking meteen heel concreet in: De evolutie van aap tot de Europeaan is voor hem een illustratie van de historische ontwikkeling die zich voltooit in de gulden snede.
over schoonheid in de kunst
Hegel schrijft in Over de Esthetiek dat kunst geen kwestie van formele regels is, maar ontspringt aan de menselijke geest:
"De mens heeft de drang om kunst te maken om zichzelf in de hem omringende wereld tot uitdrukking te brengen en zichzelf daarin eveneens te herkennen." (uit: Over de Esthetiek - G.W.F. Hegel 1835)
Zo wordt de overgang van de klassieke naar de christelijke kunst gekenmerkt door de ontwikkeling van de innerlijke subjectiviteit.
Zeising: Verrassend voor de esthetische claim van de GS besluit Zeising dat formele schoonheid niet hetzelfde als schoonheid op zich.
De esthetische schoonheid ligt volgens hem in het karakter.
"Zo ontwikkelt zich uit het wezen van de proportie tegelijk het karakter van de vooruitgang en daarmee ook dat van groei en organisch leven. De proportionele verschijning geeft gaandeweg de indruk van een evenzo welgeordend en helder geheel dat het vermogen bezit zich te ontwikkelen tot een nog vrijere vorm van schoonheid, zonder dat daarbij een verstoring van het aan de basis liggende grondprincipe te vrezen valt." (Zeising pag. 155)
Lees: Als je de gulden snede niet meteen terugvindt in een kunstwerk is dat net een illustratie van de gulden snede als grondbeginsel en de verdere ontwikkeling van de innerlijke subjectiviteit...

GS als esthetisch ideaal?
Wie Zeising wil inzetten om de GS als esthetisch ideaal naar voor te schuiven, komt dus van een kale reis thuis.
Als je een foto trekt, zal hij niet mooi zijn omdat je de boom kadreert in je scherm volgens de GS.
Dit is helemaal niet de echte inhoud van zijn boek.
Zeisings historisch belang is dat zijn idealisering van de GS als vormgevend principe opgepikt en herhaald werd in talloze publicaties erna. Pas hierin groeide ze uit tot één algemeen aanvaard verhaal over schoonheid dat kritiekloos geprojecteerd werd op de hele kunstgeschiedenis.
Zo denken wij bij de GS nooit aan Zeising, maar wel aan da Vinci, Pythagoras en de bouwers van het Parthenon.
Bij deze worden deze hoofdfiguren vrijgepleit.