Terugkeer naar voorbeeld 1
We keren terug naar ons eerdere voorbeeld.
Voorbeeld:
De responstijd van ambulances is gemiddeld 11 minuten, met een standaardafwijking van 5 minuten.
De Sint-Jozefskliniek in Izegem is trots op haar responstijd en wil testen of ze het beter doen dan dit gemiddelde.
De nulhypothese: .
De alternatieve hypothese: .
OPGELET: We bepalen voor we de steekproef uitvoeren wanneer we zullen verwerpen: dit heet het significantieniveau . Typische waarden zijn 5% en 1%. Hier kiezen we 5%.
Er wordt een steekproef genomen van 50 ritten van een ambulance vanuit de Sint-Jozefskliniek. Uit die steekproef blijkt dat de responstijd gemiddeld 10,5 minuten is.
Het steekproefgemiddelde volgt de steekproevenverdeling . We bepalen de kans op een dergelijke uitzonderlijke waarde, of een waarde die uitzonderlijker is.
Dit is , we noemen dit vanaf nu de p-waarde. Je berekent die dus zoals gewoonlijk.
Besluit
De p-waarde is groot: , de steekproef is dus niet erg onwaarschijnlijk.
We verwerpen de nulhypothese dus niet.
Als de p-waarde kleiner was geweest dan , dan hadden we wel verworpen.