Google ClassroomGoogle Classroom
GeoGebraGeoGebra Classroom

Uitleg + opgaven 27, 28 en 29

Hellingsgrafiek

Bekijk de applet. Schuif punt P op de grafiek. 
Bekijk de grafiek van de functie f(x) = x2 met daarin de raaklijn aan de grafiek in het punt(1,1). De richtingscoëfficiënt van die raaklijn bepaalt de helling van de grafiek bij x = 1.
Image
Als je de waarden van x verandert, veranderen ook de hellingsgetallen van de raaklijnen. Je kunt van die hellingsgetallen een afzonderlijke grafiek maken: de hellingsgrafiek. De bijbehorende functie wordt de hellingsfunctie f'(x) genoemd. Beweeg punt P over de grafiek en ga na dat de hellingsgetallen van de raaklijn overeen komen met de functiewaarden van de hellingsgrafiek. Als je de grafiek van de functie f en die van zijn hellingsfunctie f' vergelijkt, dan valt op:
  • als de grafiek stijgend is, zijn de hellingsgetallen positief (en omgekeerd);
  • als de grafiek dalend is, zijn de hellingsgetallen negatief (en omgekeerd);
  • in toppen van de grafiek (en dus extremen van de functie) is het hellingsgetal 0 .
Deze eigenschappen kun je soms goed gebruiken om uit een hellingsgrafiek de karakteristieke eigenschappen van de grafiek van f af te leiden. Uit de hellingsgrafiek van een functie kun je bijvoorbeeld zijn (lokale) extremen aflezen.

Opgave 27

Bekijk de grafiek van f(x) = x2 in de uitleg. Bepaal voor elke waarde van x uit de tabel het bijbehorende differentiaalquotiënt. Teken vervolgens met die gegevens de hellingsgrafiek van f.
x-3-2-10123
f'(x)

Opgave 28

Gegeven is de functie f(x) = -x2. Bepaal voor elke waarde van x uit de tabel het bijbehorende differentiaalquotiënt. Teken vervolgens met die gegevens de hellingsgrafiek van f.
x-3-2-10123
f'(x)

Opgave 29

Bekijk de grafiek (rood) en twee hellingsgrafieken (groen en blauw gestippeld). Welke hellingsgrafiek hoort bij de rode grafiek?
Image