2r: losse gegevens
beschrijvende maten
- Open het rekenblad.
- Typ in de eerste kolom een reeks losse gegevens (hier in het celbereik A1 : A10)
- Gebruik de ingebouwde formules om de beschrijvende maten te berekenen. Typ (de eerste drie letters van) het commando en selecteer tussen dehaakjes telkens de cellen A1 : A10. Je kan ook zelf het celbereik typen, maar dat hoeft dus niet. gemiddelde: =gemidd(A1:A10) minimum: =Min(A1:A10) Q1: =Kwartiel1(A1:A10) mediaan: =Min(A1:A10) Q3: =Kwartiel3(A1:A10) maximum: =Max(A1:A10) standaardafwijking: =stafw(A1:A10) aantal waarden: =Lengte(A1:A10)
staafdiagram en boxplot
staafdiagram
Vanuit het rekenblad kan je enkel een staafdiagram creëren van gegevens met bijhorende frequenties.
Voor een staafdiagram van losse gegevens gebruik je het
algebravenster.
Staafdiagram(A1:A10,1) creëert een staafdiagram met 1 als staafbreedte.
boxplot
Selecteer de cellen A1:A10, klik op de knop Creëer diagram en selecteer Boxplot.
Opmerking: Standaard wordt de boxplot op de x-as geplaatst.
Je kan de positie wijzigen in het
algebravenster: verander Boxplot(0, 1, A1:A10) in bv. Boxplot(-2, 1, A1:A10).
algebravenster.
Staafdiagram(A1:A10,1) creëert een staafdiagram met 1 als staafbreedte.
boxplot
Selecteer de cellen A1:A10, klik op de knop Creëer diagram en selecteer Boxplot.
Opmerking: Standaard wordt de boxplot op de x-as geplaatst.
Je kan de positie wijzigen in het
algebravenster: verander Boxplot(0, 1, A1:A10) in bv. Boxplot(-2, 1, A1:A10).
