Een lijnstuk met verschuifbare lengte tekenen.
We kunnen in Geogebra een schuifknop gebruiken om de lengte van een lijnstuk aan te passen. Zo kunnen we de lengte van een lijnstuk bijvoorbeeld laten variëren van 0 tot 10. In dit bestand leer je hoe dat moet.
Opdracht: Teken [CD] met een lengte die variëert van 0 tot 10.
1. Teken [AB] met lengte 6 (zie vorige oefening).
2. De lengte van [AB] ligt vast. Om een lijnstuk te tekenen waarvan je de lengte kan aanpassen, moet je eerst een schuifknop aanmaken: 
klik in het scherm waar de schuifknop moet komen.
3. Je ziet een scherm van de 'schuifknop': Bij de naam staat 'a'. Onthoud deze naam.
4. 'Bij min.' vul je 0 in. (de minimumlengte is 0) en bij 'max.' vul je 10 in. (de maximumlengte is 10).
5. Klik op OK.
6. Teken [CD] op dezelfde manier als [AB], maar als lengte geven we nu in plaats van 6 het getal 'a' in (dit is de naam van onze schuifknop).
7. Als we de schuifknop bewegen, zien we dat de lengte van het lijnstuk verandert.
Let op: Om de schuifknop (of iets anders) te bewegen moet je altijd eerst op deze knop
klikken.

klik in het scherm waar de schuifknop moet komen.
3. Je ziet een scherm van de 'schuifknop': Bij de naam staat 'a'. Onthoud deze naam.
4. 'Bij min.' vul je 0 in. (de minimumlengte is 0) en bij 'max.' vul je 10 in. (de maximumlengte is 10).
5. Klik op OK.
6. Teken [CD] op dezelfde manier als [AB], maar als lengte geven we nu in plaats van 6 het getal 'a' in (dit is de naam van onze schuifknop).
7. Als we de schuifknop bewegen, zien we dat de lengte van het lijnstuk verandert.
Let op: Om de schuifknop (of iets anders) te bewegen moet je altijd eerst op deze knop
klikken.