elektronenconfiguratie

Hoe de elektronen in een bepaald atoom verdeeld zitten over hoofdniveaus, subniveaus en orbitalen noteren we symbolisch in de elektronenconfiguratie. SYMBOLEN
  • Het eerste cijfer stelt het hoofdniveau voor.
  • De letter stelt het orbitaalniveau voor
  • Het tweede cijfer stelt het aantal elektronen voor in het vermelde orbitaal of subniveau
voorbeeld: De elektronenconfiguratie van Natrium schrijven we als 11Na: 1s2 2s2 2p6 3s1 . Een natriumatoom heeft 11 elektronen, als volgt verdeeld:
  • hoofdniveau 1: 2 elektronen
  • hoofdniveau 2, subniveau s: 2 elektronen
  • hoofdniveau 2, subniveau p: 6 elektronen
  • hoofdniveau 3, subniveau s: 1 elektron
VAKJESDIAGRAM: In een vakje wordeb één of twee pijltjes getekend worden naargelang één of twee elektronen de orbitaal bezetten. Twee elektronen in eenzelfde orbitaal (een doublet of elektronenpaar) hebben een tegengestelde spin. De pijltjes hebben een tgengestelde zin . VEREENVOUDIGDE NOTATIE: In een vereenvoudigde notatiewijze noteert men tussen rechthoekige haakjes het symbool van het voorafgaandelijk edelgas, gevolgd door de normale notatiewijze voor de overige bezette orbitalen. Verken in volgend applet de elektronenconfiguratie van de eerste 18 elementen van het PSE.

spreidingsregel van Hund

Het opvullen van de niveaus en subniveaus gebeurt niet willekeurig maar volgens stijgend energieniveau. Voor elk subniveau betekent dit dat het bij voorkeur wordt opgevuld met ongepaarde elektronen. Deze hebben steeds dezelfde spin (bij afspraak: spin up). Pas wanneer elk gelijksoortig orbitaal bezet is door een elektron worden eventueel doubletten gevormd.